Vallen is de nummer 1 oorzaak van arbeidsongevallen

Wat zegt dat over jouw werkvloer?

Als er één cijfer is dat elk jaar terugkomt in de rapportages van de Nederlandse Arbeidsinspectie, is het dit: vallen is al jaren op rij het meest voorkomende type arbeidsongeval. In de Monitor Arbeidsongevallen 2024 werden 1.990 melding plichtige ongevallen onderzocht, met 2.001 slachtoffers waarvan 58 met dodelijke afloop en ‘vallen’ was daarbij verantwoordelijk voor 35 procent van alle gevallen, gevolgd door ‘in contact met arbeidsmiddel of object’ (31 procent). Een jaar eerder, in 2023, was het beeld vrijwel identiek: ook toen was vallen goed voor 35 procent van de onderzochte ongevallen.

Het roept een voor de hand liggende vraag op: als vallen zo hardnekkig bovenaan blijft staan, wat doen we er dan eigenlijk aan op de vloer zelf, waar het probleem begint?

Uitglijden is niet hetzelfde als vallen van hoogte en dat is precies het punt

Binnen de categorie ‘vallen’ wordt vaak gedacht aan spectaculaire ongevallen: iemand die van een steiger valt, van een ladder, of door een dak zakt. Die ongevallen zijn ernstig en komen ook voor vooral in de bouw, industrie en landbouw maar een groot deel van de valongevallen heeft een veel minder dramatische, veel alledaagsere oorzaak: uitglijden, struikelen of anderszins vallen op hetzelfde niveau. Onderzoek van het CBS laat zien dat dit bij werknemers de op een na meest genoemde oorzaak van een arbeidsongeval is, direct na ‘fysieke overbelasting’. Bij zelfstandig ondernemers is het zelfs de belangrijkste oorzaak: in bijna een kwart van de gevallen.

Cijfers gebaseerd op CBS-onderzoek, brengen dit nog scherper in beeld: van de bijna 90.000 jaarlijkse ongevallen met langer verzuim in Nederland, gaat het bij 29 procent ruim 26.000 werknemers om een val waarbij mensen vier dagen of langer thuis zitten, vrijwel altijd gepaard met lichamelijk letsel. Dat is geenonbelangrijke restcategorie. Dat is bijna één op de drie langdurige verzuimongevallen.

Internationaal onderzoek bevestigt hoe groot de rol van de vloer daarin is. Amerikaanse cijfers, aangehaald door onder meer NoTrax en MSC Industrial, laten zien dat slips en vallen verantwoordelijk zijn voor 20 tot 30 procent van het langdurig verzuim op de werkvloer, met gemiddelde kosten van meer dan 45.000 dollar per letselclaim wanneer het misgaat. Dat is precies de reden waarom floor safety in veel arbo-analyses niet als bijzaak wordt behandeld, maar als een van de meest kosteneffectieve interventiepunten die er zijn: de vloer is de ene constante factor onder elk incident van dit type.

Waarom juist bepaalde werkplekken risico lopen

Niet elke werkvloer is even risicovol, en dat is precies waarom generieke oplossingen vaak tekortschieten. Vocht, olie, vet en productieresten zijn de klassieke boosdoeners: op een gladde ondergrond met een dun laagje vloeistof neemt de wrijving tussen schoolzool en vloer af, precies op het moment dat iemand met een volle handkar, een dienblad of gereedschap in de weer is en dus minder snel kan reageren.

Dat verklaart ook waarom bepaalde branches structureel oververtegenwoordigd zijn in de ongevalscijfers. De Arbeidsinspectie noemt waterbedrijven, afvalbeheer, de bouwnijverheid en landbouw, bosbouw en visserij als sectoren met relatief de meeste ongevallen stuk voor stuk omgevingen met natte, vervuilde of oneffen vloeren. Maar ook horeca, industriële productie en logistiek kennen precies dezelfde risicofactoren, zij het vaak binnenshuis en dus minder zichtbaar in de landelijke statistieken over ‘vallen van hoogte’.

Wat een mat wél en niet oplost

Een anti-slipmat is geen wondermiddel dat elk risico wegneemt spillage moet nog steeds worden opgeruimd, gangpaden moeten vrij blijven, en goed schoeisel blijft relevant. Maar binnen de arbeid hygiënische strategie die de Arbowet als uitgangspunt hanteert, is een mat wél een directe, bron aanpakkende maatregel op precies het oppervlak waar voet en vloer elkaar raken.

De onderbouwing daarvoor is, een branchestudie die de installatie van matten volgde, rapporteerde een daling van 23 procent in verzuim over een periode van twee jaar, samen met een netto productiviteitsstijging van 2,2 procent. Een praktijkvoorbeeld uit de retail liet zien dat een supermarktketen, na het plaatsen van open-structuur antislipmatten met goede drainage in de groente- en fruitafdeling van oudsher een notoire uitglijd-hotspot door vocht en plantaardig afval het aantal incidenten in dat gebied binnen een jaar met meer dan 60 procent zag dalen.

Waar het op neerkomt: een mat verandert niets aan de oorzaak van vocht of vervuiling, maar wél aan wat er gebeurt op het moment dat een schoenzool die vervuiling raakt.

Waar let je op bij de keuze van een antislipmat?

Niet elke mat presteert hetzelfde onder dezelfde omstandigheden, en dat verschil is objectief meetbaar.

De R-waarde. De slipweerstand van een oppervlak wordt uitgedrukt in R-klassen, bijvoorbeeld volgens DIN 51130, oplopend van R9 (lichte slipweerstand, droge omgevingen) tot R13 (zeer hoge slipweerstand, geschikt voor structureel natte of vette vloeren zoals slachterijen of viswerkplaatsen). Een mat met een te lage R-waarde voor de omgeving waarin hij ligt, biedt schijnveiligheid: hij oogt als veiligheidsmaatregel, maar presteert daadwerkelijk onvoldoende.

Drainage en open structuur. Staangevingen met veel vloeistof keukens, wasstraten, slachterijen is een gesloten mat vaak juist een risico: vloeistof blijft op het oppervlak staan in plaats van weg te lopen. Een open of geribbelde structuur voert vocht af naar de onderkant, zodat het loopoppervlak droog en grip-vol blijft.

Vastliggen van de mat zelf. Een antislipmat die zelf wegschuift onder het gewicht van een voetstap, verplaatst het probleem in plaats van het op te lossen. Een stabiele onderzijde en de juiste maatvoering voor de looproute zijn daarom net zo belangrijk als het oppervlak zelf.

Chemische en visuele signalering. Op plekken waar oliën of chemicaliën in het spel zijn, is bestendigheid tegen die stoffen relevant om te voorkomen dat het materiaal zelf verweekt of verhardt. Een duidelijk gemarkeerde rand in geel-zwart helpt bovendien om de mat, en daarmee de gevarenzone, visueel te laten opvallen.

Ook hier geldt: onafhankelijke certificering maakt het verschil tussen een claim op de verpakking en een aantoonbare eigenschap. Base+-matten zijn onafhankelijk getest door TÜV Rheinland volgens normen als ISO 10361, EN 16165 en ISO 6356, met testresultaten op onder meer slipweerstand, slijtvastheid en restindruk die op aanvraag beschikbaar zijn. Het assortiment omvat onder andere de Base+ Diamond en Base+ Pyramid met een gele veiligheidsrand voor duidelijke zone-afbakening, en varianten die specifiek zijn ontwikkeld voor oliebestendigheid en grip in industriële omgevingen.

De vloer als startpunt, niet als sluitstuk

Bij het opstellen van een RI&E wordt een vloer al snel gezien als een gegeven iets dat er al ligt, in plaats van iets waarover een keuze te maken valt. De cijfers van de Arbeidsinspectie laten zien dat die aanname precies daar knelt waar het meest misgaat: op het niveau van de vloer zelf, in het gewone, dagelijkse contact tussen voet en oppervlak. Met vallen als hardnekkige koploper in de ongevallenstatistieken, jaar na jaar, is de vloer minder een sluitstuk van veiligheidsbeleid dan het startpunt ervan.

Bekijk het aanbod safety mats

Vraag de testgegevens op voor een onderbouwd advies.

Testgegevens